woensdag 11 april 2018

Karma vanuit de toekomst


In het boek ‘Kiemen voor een spirituele cultuur’, worden boeiende biografische schetsen getoond van 12 antroposofen in de 20 eeuw.
Een toegankelijke manier om de levensloop te volgen van bekende personen van het eerste ‘sofische’ uur.

Eén van de coryfeeën is Ita Wegman, de arts met wie Steiner veel heeft samengewerkt tijdens de laatste jaren van zijn leven. In de biografische schets over haar spreekt de schrijver over een oerschema van de menselijke biografie: de eerste 21 jaar werken voornamelijk krachten uit het verleden, in de periode van 21 tot 42 jaar werken krachten uit het heden, en in de jaren na het 42e jaar werken vooral krachten vanuit de toekomst.

Ik vind het een mooie manier om naar het leven in het algemeen te kijken, en ook naar mijn eigen leven. Zo werken in je jeugdjaren krachten uit het verleden, dus dat waarmee je je hebt uiteen te zetten, waarvan je te leren hebt. Je komt op elkaars pad, en in het beste geval groei je aan en leer je van elkaar. In het slechtste geval heb je een leven lang nodig om je jeugdervaringen te verwerken. En meestal zal het daar ergens tussenin zitten en leer je met vallen en opstaan je eigen weg te kiezen.

Dan werken krachten uit het heden in de jaren dat je het maatschappelijke leven instapt, gaat werken, een gezin of een andere relatie vormt. Het zijn de jaren waarin je ontdekt wat je wilt doen, wilt bijdrage. En met meer of minder omwegen, meer of minder bewustzijn vind je een vorm die bij jou lijkt te passen. Het zijn de jaren van expansie, van actief zijn, van groei, van ondernemen, van groot denken, van verwerken wat in die eerste fase niet heeft gewerkt voor jou.

En dan kom je vroeg of laat tot het besef dat er nog van alles gedaan wil worden en vraag je je af hoe dat allemaal moet, en wanneer, en in wat voor vorm.
Zo leef ik al een tijd met de wens meditatie en zingen rond en met overledenen aan te bieden. Het roept, en dan remt het weer, is het al het juiste moment?
In het artikel lees ik dat dat krachten vanuit de toekomst zijn. Dat je een start kan maken met wat je aan impulsen in je voelt leven, dat je voorzichtig stappen mag zetten op ‘het nieuwe’, op de nog te ontdekken gebieden die roepen. En dat er niets verloren is als het niet meteen lukt, of nog niet de vorm of inhoud heeft die je voor je ziet.

Het geeft mij rust, opluchting en vertrouwen dat wat wil komen, echt wel ontwikkeld gaat worden. Is het niet nu al kant en klaar, dan in een volgende incarnatie.

dinsdag 13 maart 2018

Orgaandonatie

Mijn jongste zoon die 18 is geworden, kreeg van de overheid een brief over orgaandonatie, met de vraag of hij donor wil worden.
Word jij ook een held? was de tendens van de brief.
Nu weten we dat er een tekort is aan donoren en dat de overheid mensen wil stimuleren donor te worden. Maar om op deze wijze op het gevoel van jongeren te werken, vind ik niet juist.
Hoe kan je nu als jongere een beslissing nemen als niet verschillende kanten worden belicht?
Waarom doet de overheid zo bagatelliserend over hersendood, alsof je dan al dood bent en het niet meer gekeerd kan worden? Het hart klopt nog en de organen werken nog.
In het boek over orgaandonatie ('waarom wel, waarom niet?') door Hans Stolp staan schokkende getuigenissen, van mensen die na hersendood te zijn verklaard, weer zijn bijgekomen.Net als bij BDE's (bijna-dood-ervaringen) weten mensen woordelijk wat er is gezegd, maar konden ze niet reageren.
We weten veel te weinig over wat er na het overlijden gebeurt op spiritueel gebied. Omdat dit snel naar het gebied van geloven wordt verbannen, krijgt dit verder niet de aandacht die het verdient.
Ondanks ervaringen van mensen die veranderd zijn na een orgaandonatie, blijft de discussie gericht op tekorten, menslievendheid, egoïsme (als je geen donor wilt worden) en verlenging van het aardse leven.

Het gesprek kan in een breder perspectief komen als we de volgende vragen mee zouden nemen:

Mogen we de spirituele kant van orgaandonatie erbij betrekken, voor de donor en voor de ontvanger?
Mogen we een keer hardop zeggen dat er misschien voor alles een tijd is, zonder voor God te willen spelen?
Mogen we grenzen aangeven, tot hier en niet verder?
Bestaat respect voor het leven alleen uit zo lang mogelijk het leven willen verlengen?
Mogen, kúnnen we onbevangen luisteren naar ervaringen van mensen die zijn 'teruggekomen' uit een coma? En van mensen die zijn veranderd na een orgaandonatie?
Mogen we de mogelijkheid van een andere manier van leven na ons aardse overlijden eens overwegen, en dan opnieuw naar orgaandonatie kijken?


Wat ik tot nu toe mis is informatie van bronnen die geen belang hebben bij wel of geen donatie. Pas nadat kennis genomen is van verschillende visies en ervaringen, kan je een weloverwogen keuze maken.
Dat is op een volwassen manier kiezen en zo neem je je burgers echt serieus.





zaterdag 10 februari 2018

Anders kijken



Anders kijken

In het winkelcentrum in de buurt waar ik vaak kom, doe ik veel, leer ik veel.

Als ik rondloop met de blik: ‘We zijn allemaal geestelijke wezens’, kijk ik heel anders naar de mensen om me heen, of het nu chips etende scholieren zijn, moeilijk lopende ouderen of somber kijkende leeftijdgenoten.
Ik kan dan voorbij het dagelijkse gedoe kijken en er valt veel weg tussen hen en mij.
Kijken met de gedachte dat we allemaal geestelijke wezens zijn, laat veel irrelevants als het ware verdwijnen.

Wat ook kan gebeuren is het volgende, bijna andersom maar vanuit dezelfde bron:
Soms zie ik al die lichamen als vehikels die t vaak niet doen en steeds meer gaan rimpelen en kraken. We hebben het er maar mee te doen.
Ik zie ons dan als sterfelijke wezens, wiens lichamen maar zo kort strak, glad en lenig zijn.
Allemaal –tenzij we plotseling of op jongere leeftijd overlijden- gaan we vroeg of laat door het proces heen van ouder worden en daar mee dealen.
We zijn levende lijken, las ik eens, niet bedoeld als kritiek of ondermijning, maar als gegeven.
Vreemd genoeg verruimt dit beeld mijn blik.

Het is belangrijk goed te zorgen voor ons omhulsel, de tempel waar ons ik woont, en het is evenzeer belangrijk in het juiste perspectief te blijven kijken.
We hebben een lichaam, maar zijn het niet. We zullen het ooit een keer afleggen, en als dat aan het eind van ons leven daadwerkelijk gebeurt, is het klaar, af.
En mogen we dankbaar zijn dat het ons heeft gediend.
Voor sommigen meer, voor anderen minder.
En mogen we het eren, op onze eigen wijze.

donderdag 11 januari 2018

Zusterschap

In de Rode tent die ik iedere maand organiseer benoemen we dat we deze avond met elkaar in zusterschap doorbrengen, dat wil zeggen op een andere laag dan het alledaagse gepraat, delen en luisteren vanuit je hart, zonder oordeel, zonder advies (tenzij iemand er om vraagt), kwetsbaar durven zijn zonder ergens op afgerekend te worden, je veilig voelen, voelen hoe het is vrouw onder andere vrouwen te zijn.
Op steeds meer plekken heb ik zusterschap gezocht en gevonden, en vanuit deze ervaring en rijkdom tracht ik het zelf ook in te brengen.

Laatst was ik met een vriendin in Meijendel, waar we na een mooie ontmoeting afscheid namen bij de fietsenstalling. We omhelsden elkaar stevig, als dank voor de ochtend en in het besef dat het weer een tijd zou duren voor we elkaar zouden zien.
Iets hiervan moet haar geraakt hebben, de vrouw die net haar fiets naast ons had neergezet. We hoorden ineens de woorden: "Ik wil ook een knuffel".
"Wacht even", zei ik. Ik deed mijn spullen in mijn fietstas en stapte op haar toe, met open armen.
Na enige schroom gaf ze zich aan mijn omhelzing over.

Bij het vertrek zei ik tegen haar: "Dit is zusterschap, zoek ze op".