vrijdag 25 oktober 2019

Over kamelen, loslaten, en overgave.

In februari 2009 maakte ik een vijfdaagse reis op kamelen door de Sinaï.  Dat was een overweldigende ervaring. Vooral omdat ik voor het eerst los van mijn gezin, met opgroeiende kinderen, op vakantie ging. Zij gingen op wintersport, ik ging naar de woestijn.
Het was met een groep begeleid door bedoeïenen.
De rust, de schommelende loop die je vanzelf in de vertraging brengt, de oorverdovende stilte van de woestijn hebben me veel gedaan.

Het bleef roepen, jarenlang, en afgelopen oktober maakte ik opnieuw een reis, nu naar Jordanië. Weer met een groep, onder leiding van Maria Vendrik.
Mijn jongste zoon was zes dagen eerder naar Nieuw Zeeland vertrokken. Had ik meteen een mooi thema: loslaten, afscheid van een huis met thuiswonende kinderen.

De reis omvatte veel meer dan een kamelentocht.
Na een modderbad en een plons in de Dode Zee, hadden we een wandeling in een paradijselijke waterrijke kloof. De volgende dag startten we met een 4-daagse wandeltocht door het Dana reservaat, de 'Jordan trail', met gids Achmed door de bergen. De vlak voor de reis aangeschafte wandelstokken waren de beste aankoop voor deze intensieve prachtige wandeltocht. Tot mijn opluchting kon ik goed meekomen. Het was een uitdaging met mezelf: in hoge temperaturen, urenlang, lopend van schaduwplek naar schaduwplek, doorgaan en genietend van adembenemende vergezichten.

Verbinding via internet of telefoon was er al die dagen niet. Dat was een extra stap in loslaten. Mijn man was een aantal dagen naar Frankrijk en van onze zoon geen bericht. En wat doe je dan? Ga je je zorgen maken terwijl je weet dat dat niet helpend is? Hoe houd ik mijn gedachten in toom? Ik merkte dat ik daarin een besluit kon nemen. Ik richtte me op de liefde die ons verbindt in plaats van vasthouden aan internet en me eventuele zorgen maken over dingen waar ik niets aan zou kunnen doen.

Nadat we een dag in het mooie gebied van Petra hadden vertoefd, vertrokken we naar de Wadi Rum, het woestijngebied met vele kleurschakeringen geel en rood zand. De kamelen lagen al op ons te wachten. Hier werden we begeleid door bedoeïenen.
Kamelen zijn vrij stoïcijnse dieren, mijn kameel had een kapje om haar bek en was niet erg aaibaar. Ze zat vast aan de kameel van Seef, de kamelenjongen, en achter mij liep Leila, die zwanger was. Deze kameel liep vaak half naast me en dan zong ik zacht voor haar.
Drie en een halve dag zouden we door de Wadi Rum trekken, steeds dieper de woestijn in, steeds stiller ook, want in het drukkere gebied rijden jeeps met toeristen aan en af voor een woestijnimpressie. We hielden kamp in mooie kloven, kregen heerlijke maaltijden geserveerd, ter plekke bereid, sliepen onder de sterrenhemel en reden in stilte op onze kamelen.
Zo ook die ochtend van de laatste 'kamelen-dag'. We waren net vertrokken en reden in stilte in het meest zuidelijke, stille gebied van de Wadi Rum. Ineens werd ik naar voren geslingerd omdat mijn kameel inzakte, ze struikelde over een grote steen. Ik hield me nog vast aan de zadelknop, zolang als mogelijk, maar op een gegeven moment hield ik het niet meer en moest ik me laten vallen. Dat was nog een end, en ik viel op mijn ribben en bovenarm. Scherpe pijn, flauwvallen, kijken of er iets gebroken is, nee, gelukkig. Er was geen bereik om hulp in te roepen.
Maria en Mirjam gaven reiki op mijn arm en zonnevlecht (hoe bijzonder dat er geen zwellingen zijn gekomen), anderen gaven mij en hen weer schaduw, weer anderen stuurden helende energie, Yvo stond met zijn witte overhemd te zwaaien vanaf een heuveltop, de kamelenjongen ging in draf op zoek naar onze jeeps, en uiteindelijk had de kamelen-man een jeep met twee Franse toeristen weten te vinden, die mij en Maria naar onze eigen jeeps reed. We constateerden dat ik een paar gekneusde ribben had en een geblesseerde bovenarm.
Daarna ben ik goed verzorgd, en lukte het (met pijnstillers) de laatste paar dagen goed door te komen.
Thuisgekomen schrijft de huisarts me eerst twee weken rust voor.
Ik kan niet anders want de pijn is behoorlijk aanwezig.

De vraag die me bezighoudt is: waarom en waarom daar?
Op de eerste vraag gaf iemand uit mijn mantragroep antwoord, ze zei: er is een kameel voor nodig jou tot rust te brengen.....
En waarom daar, uitgerekend op de plek waar geen bereik was en waar de jeeps al waren vertrokken? Toen ik daar in het hart van de woestijn op de grond lag, dacht ik meteen: dit is het, neem wat er is, geen gevecht dat je het anders zou willen. Het was een ultieme les in loslaten, zijn met wat is, overgave, niets meer onder controle, in dit geval ook me overgeven aan zorg van anderen, toelaten van hulp en vertrouwen dat het goedkomt.
Zo bekeken is loslaten: zijn in het huidige moment, met alles wat er is.
Het stemt me in ieder geval heel dankbaar dat het zo goed afgelopen is.

En in de bewoonde wereld bleek er bericht van onze zoon en mijn man te zijn.

Nu ik thuis ben is de pijn nog erg aanwezig en neem ik zoveel mogelijk 'herfstrust'.

Ik las de weekspreuk van Steiner waarin hij spreekt over herfstrust, hoe toepasselijk.
Ik geef me over aan herfstrust.

Voor zichzelf het stralen van het denken
In het innerlijk krachtig te ontvlammen
Het beleefde zinvol duidend
Uit de krachtbron van de wereldgeest,
Is voor mij nu zomererfenis
Is herfstrust en ook winterhoop.


vrijdag 27 september 2019

Afscheid van een fase

Vandaag vertrekt onze jongste zoon naar Nieuw-Zeeland, met een open ticket.
Een jaar heeft hij erover gedaan voor hij dit besluit nam en hieraan toe was.
En nu is het zover.
Hij ervaart het niet zo, maar voor mij is het een afscheid en overgang naar een nieuwe fase.
Definitief afscheid van de periode met kinderen thuis, van het moederschap met thuiswonende kinderen, van beschikbaar zijn.
Er breekt een nieuwe tijd aan, die natuurlijk allang was ingezet.
De afwezigheid van onze jongste zoon, die het afgelopen jaar, een 'tussenjaar', zeer aanwezig was, zal overal voelbaar zijn.

Ik ben melancholisch deze weken, hoef maar mooie muziek te horen of ik ben in tranen.
Voorbij. Herinneringen komen langs, dat zijn het: herinneringen. Zoete pijn.
En ik weet dat dat er bij hoort, in ieder geval dat het bij mij hoort.
Dus laat ik het toe, geef me er aan over. Ik weet dat het weer zal afnemen, zal wennen.

Bovenal gun ik onze zoon zijn reis, zijn avonturen, zijn zoektocht naar wat hij te doen heeft in het leven.
Ik ben blij dat hij een volgende stap zet, bewonder dat hij zijn eigen tempo volgt en zich niet laat opjagen.
Hij zal niet meer dezelfde zijn als hij terugkomt.
Hij zal nog meer eigenheid ontwikkeld hebben.

Met z'n allen (broers, vriendin en oma) hebben we eergisteren gegeten, een feestelijke 'afscheidsmaaltijd', luidruchtig, vol grappen en serieuze momenten.
Zijn vader sprak hem toe, over vakantie, op reis en reizen, over licht maken en op knoppen drukken.
Wij zijn benieuwd waar de nadruk komt te liggen voor hem.

In Nieuw Zeeland werd de film 'Lord of the Rings' opgenomen. Daaruit het volgende citaat:

De weg gaat verder, eindeloos
Vanaf de deur waar hij begon.
Ik moet hem volgen, rusteloos,
Tot ver achter de horizon

Ik zie mezelf in de deuropening, zwaaiend, zoals ik jaren deed als hij vertrok.
Dit is zo'n verandering waar blijdschap en weemoed samenkomen.


maandag 26 augustus 2019

Helpen bij het labyrint in Chartres

Een vrijdagochtend in september 2017:
Ik loop het labyrint en het valt me op dat er twee mensen (op leeftijd) aan de kant zitten met een kaartje om hun hals die regelmatig mensen aanspreken die zomaar het labyrint doorkruisen.

Vrijdagochtend april 2018:
Ik zie de twee mensen weer en spreek ze aan, één van hen, monsieur Bernard, blijkt Engels te spreken. Ik vraag naar zijn werk hier: zorgen dat mensen rustig en ongestoord het labyrint kunnen lopen en mensen te woord staan die iets willen weten over de bedoeling van het labyrint.. We spreken over het labyrint. 'Veel mensen komen hier met hun eigen bedoelingen en willen allerlei zweverige dingen doen hier' spreekt hij zijn zorg uit. Ik vertel over de labyrinten die ik op het strand maak en over de ervaringen die mensen hebben, en dat het fijn is als mensen iets van zichzelf ervaren, dichter bij zichzelf komen, want vaak komen ze dan ook dichter bij een gevoel van liefde. Dat zachtheid en liefde altijd goed en helend is zonder dat die mensen naar een kerk hoeven te gaan.
Het is een open gesprek.
Op een gegeven moment vraagg ik hem of ik op een vrijdag hen zou mogen helpen als vrijwilliger.
'Are you Christian?' is zijn vraag.
Even aarzel ik: moet ik een gesprek aangaan over wat een christen is, wanneer je dat bent?
Ik ben zeer geïnspireerd door het leven en de daden van Christus. Daarom zeg ik: 'Yes'.
Dan mag ik komen.
De hele zomer komt het er niet van.

Vrijdagochtend april 2019:
Ik ben met een groep dus het is niet mogelijk die dag te helpen.
In de ochtend zie ik ms Bernard, hij weet mijn naam nog en ik zeg hem dat ik deze zomer vast een keer kom.

Vrijdagochtend augustus 2019:
Het is zover. Samen met Lutgarde melden we ons die ochtend bij ms Bernard.
Hij is alleen, zijn collega past op de kleinkinderen.
We maken een driehoek rond het labyrint, staan vaak op om mensen aan te spreken die het labyrint (dreigen te) doorkruisen. We hebben mooie gesprekken over de zin van het labyrint en soms over de zin van het leven, waartoe het labyrint uitnodigt. Soms komt er een boze reactie, maar meestal begrijpen mensen dat ze er omheen moeten lopen. Vele nationaliteiten komen langs, gelukkig spreken de meeste mensen Engels. Nederlanders wijs ik op de site in Nederland, twee Nederlanders die elkaar onderweg ontmoet hebben, hebben in Chartres een hotel genomen om de kathedraal te bezoeken, en na enig aarzelen lopen ze het labyrint. In de loop van de dag ga ik mensen herkennen die het labyrint meerdere malen lopen, (how many times? four!), en zelfs later in het stadje herken ik enkele mensen uit het labyrint.
Ms Bernard die 86! jaar is, is blij met onze hulp, zegt hij dankbaar.
Het is zijn wekelijkse taak, die heel inspannend is maar hem ook veel geeft, aan mooie contacten en gesprekken.
Uren houden we het vol, we wisselen van plek want bij de ingang is het 't drukst.
Het labyrint krijgt voor mij een andere plek die dag: ik kan nog steeds het gevoel oproepen dat ik krijg als ik de kathedraal op vrijdagochtend binnenkom om het labyrint te lopen (verwachting, verwondering, een soort van vlinders zelfs), maar nu kan ik het labyrint ook meer zien als plek om voor te zorgen, om letterlijk te hoeden en 'schoon' te houden.
Rond 17 uur komt een medewerker van de kathedraal die een paar bezoekers vraagt hem te helpen met de stoelen terugzetten.
Wij helpen ms B met het oprollen van de informatie-panelen in verschillende talen en praten wat na. 
Bek-af gaan we naar ons onderkomen, heel voldaan en blij met deze ervaring.




donderdag 1 augustus 2019

Wat geloof jij?

Voor het eerst in mijn leven heb ik een grote teunisbloem zien uitkomen!
Wat een indrukwekkend gebeuren.
Ik hoop dat ik er nooit aan wen, me steeds opnieuw blijf verwonderen.
Het was tijdens een zangweek op een boerderij in Serqueux, een klein Frans dorpje in de regio Champagne-Ardennen.
Tijdens deze 'bloemontluiking' liet ik me spontaan ontvallen: "Hier zou je toch weer van gaan geloven, als je dat niet meer deed?", waarop een vrouw antwoordde: "nou....nee!"
Ik keek haar aan en vermoedde een hele geschiedenis achter die woorden.
Het voelde niet als een moment om daar verder op in te gaan, maar het gebeuren is wel met me meegereisd.

Hoe mooi zou het zijn als we open gesprekken zouden kunnen hebben over 'het geloof', wat dat dan ook inhoudt.
Maar daar heb je het dan over.
Nu bespeur ik vaak een onuitgesproken tweedeling: zij die geloven en zij die niet geloven.
Van openheid of een open gesprek is zelden sprake.
Veel te gevoelig, veel te ingewikkeld.
Zonder oordeel nieuwsgierig zijn naar wat de ander drijft, hoe de ander naar 'het ongeziene' kijkt, wat diens beweegredenen en ervaringen zijn.  (Terwijl ik dit schrijf, op het strand, komt een witte vlinder aangevlogen en 'tikt' even tegen mijn hand. Ik geef hier meteen betekenis aan.)

En ik merk dat ik het zelf ook spannend vind, om mijn intieme gedachten en gevoelens hierover te delen en uit het oordeel te blijven, van mezelf en van de ander.
Toch kan het een verrijking zijn om juist hierover met elkaar te delen.
Misschien terwijl we samen naar een openbloeiende teunisbloem kijken.

Herken je hier iets van? Hoe is dit bij jou?

zondag 30 juni 2019

Zomergedicht van Toon


Zo vanzelfsprekend, en zo overweldigend is het volop zomer.
Uitbundig, somtijds uitputtend en uitgelaten heeft ze zich aangediend.
Je zou bijna vergeten dat het ooit anders was.
Wat wonen we toch in een prachtig land waar we seizoenen hebben. 
Een ode aan de boom van Toon, die ons herinnert aan de cyclus in het jaar.

De boom

dag lieve boom, ik heb je nog gekend
toen je geen blad meer had en eenzaam en verlaten
op deze plek te sterven stond
ik weet nog hoe ik je hier vond
en dat we samen praatten
nu heb je je weer opgericht
in regen en zonnelicht
vol weelderige kleuren
nu sta je feestelijk en blij
te stralen in de groene wei
om mij weer op te beuren

Toon Hermans

vrijdag 31 mei 2019

Je droombaan


Iedere week wandel ik met een groep mensen die een klein netwerk hebben, georganiseerd vanuit stichting Open je hart (zie de link hieronder). Het doel is mensen in beweging te krijgen en met elkaar in contact te brengen,  om eenzaamheid tegen te gaan.
Bij het begin van de wandeling stel ik een thema voor of geef ik een vraag mee waarover ze met elkaar in gesprek kunnen gaan. Maar ze zijn helemaal vrij om hun eigen gesprekken te voeren.
Deze keer vraag ik welk werk ze graag hadden willen doen of wat voor baan ze heel leuk gevonden zouden hebben.
We wandelen naar het Zuiderpark, en altijd wachten we op elkaar als er achterblijvers zijn die een lager wandeltempo hebben.
Enig moment gaan we in een kring staan en vraag ik ze om de beurt hun ‘droombaan’ te zeggen. Ik vraag de anderen om dan te luisteren naar degene die vertelt, alsof deze ook echt dat werk doet. Er komen mooie banen voorbij: architect, vroedvrouw, buschauffeur, schoonheidsspecialiste.... Je kan de potentie van de mensen zien in de baan die ze noemen, verrassend hoe mensen dan verschijnen. Tegelijkertijd vanzelfsprekend.



dinsdag 7 mei 2019

De muziek mis ik nog het meest

"De muziek mis ik nog het meest', zei hij toen ik bij hem zat met een kopje koffie.
Een veelbewogen leven, al 20 jaar weduwnaar, en afgelopen december verloor hij één van zijn zoons, terwijl hij zelf in zijn laatste fase zit. Terugblikkend op zijn leven haalt hij -iedere keer als ik hem zie-  herinneringen op, associërend van de ene op de andere gebeurtenis, èn meestal boeiend, want hij vertelt alsof je erbij bent.
Veel kan hij loslaten, hij heeft geen keus, hij heeft een goed leven gehad, hoewel hij regelmatig vertelt dat het hem pijn doet als hij een echtpaar op leeftijd ziet, dat al vele jaren samen is, dat had hij ook zo graag gewild.
Voor alles is een tijd, en hij heeft leuke dingen ondernomen.
Zo speelde hij, met zijn broers, in de harmonie, op de trombone. Hij geniet als hij er over vertelt, en ik luister graag naar enthousiaste muziekliefhebbers.
En dan die zin, die blijft hangen.

De volgende dag bel ik met de voorzitter van de muziekvereniging en met de coördinator van de evenementen in het verpleeghuis. Binnen een week is het geregeld, en het wordt een verrassing.

De donderdag erop komen rond de 20 muzikanten, na hun eigen repetitie, binnendruppelen en installeren ze zich achterin het restaurant op de begane grond. Als alles klaar staat, gaat één van zijn broers hem halen op zijn kamer. Hij moet wakker gemaakt worden, en in de rolstoel komt hij beneden, met een zuurstoffles, door de verpleging al voorbereid.
Zijn zoon en een goeie vriend zijn speciaal meegekomen.
Na de eerste schrik, is hij zeer geraakt, en geniet hij volop.
Na afloop voelt hij zich de gastheer: 'Kunnen deze mensen iets te drinken krijgen van me?'
Een mooie verrassing voor een bevlogen -inmiddels overgegane- muzikant.