Laatst was ik bij een vriendin wiens moeder kortgeleden was overgegaan.
Het had veel meer impact op haar dan ze van te voren had verwacht. En wat mooi was, het lukte haar om in de rouw 'te stappen', het verdriet en alles eromheen toe te laten, niet wetend hoe diep ze zou 'vallen', waar het toe zou leiden en waar het uit zou komen. Het enige dat ze wist en dat ze volgde was dat ze hieraan moest toegeven, om heel te worden.
Oude herinneringen dienden zich aan, ze moest naar haar geboortedorp, en lopen....daar, de aarde voelen. Ze vertelde me dat het als een nieuwe geboorte voelde.
Haar hele leven was ze volop bezig met spirituele thema's, ze werkte ook in die sector.
Veel van haar werkzaamheden had ze op een laag pitje gezet, en ze ging niet meer naar bijeenkomsten waar ze ervoor altijd aanwezig was.
'Ik kan niet anders', zei ze.
Ik reageerde spontaan met :'Dat is het geschenk van de dood'.
En schrok er eerst even van, wat zeg ik nou?
Het overgaan van dierbaren, het zelf in het aangezicht van de dood leven, maakt dat je dicht bij jezelf komt, en heel goed kan voelen wat niet en wat wel goed voor je is.
Soms, vaak zelfs, bestaat dat lange tijd uit niets ondernemen, de stilte ingaan, de natuur, vul maar in.
Wat ook opvallend was, is dat deze vriendin zei dat ze zich niets aantrok van de mensen om haar heen. Het merendeel begreep niet dat ze zo 'van de kaart' was en zoveel ruimte voor zichzelf nam.
Alles wat niet onder ogen is gezien, niet is gevoeld, dient zich in het aanzien van de dood aan.
Dan nog heeft een mens de keus het aan te gaan of niet.
En daar is moed voor nodig, vaak meer dan we beseffen.
Deze vriendin ging het aan, voelde dat het nodig was 'oude' ervaringen alsnog toe te laten in haar herinneringen om ze een plek te kunnen geven.
Ze wist, weet dat je op die manier een heler mens wordt.
Als je op deze wijze naar al je gevoelens durft te kijken in een tijd van rouw en afscheid, dan kan de dood ook als een geschenk gezien worden.
dinsdag 10 juli 2018
dinsdag 12 juni 2018
Silent minute
Op facebook werd laatst
door Arianne van Galen (die het weer van Judith van Beers had;)) een geweldig
voorstel gepost: dat we iedere eerste maandag van de nieuwe maand om 12 uur als
het alarm afgaat, dit moment kunnen nemen als een moment om dankbaar te zijn.
Een dankbaarheidsherinnering, een dankbaarheidswake-up!
Ik werd er blij van, en
zag meteen een web van dankbare energie door de kosmos dansen, iedere eerste
maandag van de nieuwe maand! Doe je mee?
Het deed me denken aan een
stukje dat ik een tijdje terug las en veel indruk op me heeft gemaakt.
Het heet ‘Silent Minute’
en het staat hieronder.
Ik leef al een tijdje met
de wens ook in onze huidige tijd hier iets mee te doen, maar wordt
tegengehouden door praktische bezwaren en angst voor cynisme.
Hoe zou het zijn als we
iedere dag een minuut, landelijk, met elkaar zouden stilstaan bij onze
overledenen? Zij zijn ons voorgegaan, zonder hen waren we hier niet. Zelfs als
je niet gelooft in een leven dat verder gaat na het overlijden, kan het mooi
zijn om onze overledenen te eren. En dankbaarheid te voelen, alleen al vanwege
het feit dat wij hier zonder hen niet zouden zijn.
De stilte die we in zo'n minuut met elkaar creëren kan een enorme draagwijdte hebben, ver voorbij de grenzen van het voorstelbare.
Samenwerken met overledenen, het klinkt wellicht hoogmoedig, of juist zweverig. Totdat je je realiseert dat er geen scheiding in de geest is, in het hart, en dat ze om ons heen zijn ook als we niet aan hen denken.
Als deze gedachten bij je
resoneren: denk je mee hoe we dit zouden kunnen doen?
Silent Minute
In december 1917 aan het front in Frankrijk tijdens de
Tweede Wereldoorlog raken twee Engelse officieren in gesprek aan de vooravond
van een beslissende slag. De één zegt tegen zijn vriend Wellesley Tudor Pole:
“Ik zal er niet levend vanaf komen. Jij zult overleven en een volgende oorlog
meemaken, nog verschrikkelijker dan deze. Wanneer die tijd komt, denk dan aan
ons. Wij, de gestorvenen, zullen doen wat we kunnen. We zullen niet met
uiterlijke wapens strijden, maar een machtig onzichtbaar leger zijn. Geef ons
iedere dag een ogenblik dat je aan ons denkt. Geef ons de gelegenheid te werken
door jouw stilte. De macht van het zwijgen is groter dan je denkt. Wanneer die
dagen komen, vergeet ons dan niet!”.
Bij het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was Tudor
Pole zijn opdracht niet vergeten. Hij kreeg het voor elkaar dat bij Koninklijk
Besluit elke avond om negen uur een minuut stilte in acht werd genomen, een
nationaal gebedsmoment voor de gesneuvelden en gestorvenen. Vanaf november 1940
zond de BBC elke avond om negen uur het geluid van de Big ben uit, de grote
klok in Londen, om het Engelse volk op te roepen tot een minuut stilte. Dit
elke dag terugkerende moment kreeg de naam van Big Ben Silent Minute.
Toen na de oorlog tijdens een proces aan één van de
Nazi-commandanten werd gevraagd, waarom Duitsland de oorlog had verloren, was
zijn antwoord: “Gedurende de oorlog had u een geheim wapen waartegen we geen
maatregelen konden nemen en dat we niet konden begrijpen – maar het was heel
werkzaam. Het werd door ons in verband gebracht met het luiden van de Big ben
om negen uur ’s avonds. Ik geloof dat u het de ‘Silent Minute’ noemde.”
(uit ‘omgang met
gestorvenen’van Renée Zeylmans)
zaterdag 12 mei 2018
Een zegen bij euthanasie
"Heb je daar wel tijd voor?" vroeg mijn jongste zoon terecht toen ik vertelde dat ik vrijwilligerswerk ging doen in een verpleeghuis in de buurt, op de palliatieve afdeling. Vijf jaar had ik dit soort werk met hart en ziel gedaan in het Jacobshospice tot het me teveel tijd ging kosten. Al die jaren bleef het resoneren, en onlangs had ik een plek gevonden waar ik één keer per week kan komen en vrij ben te doen wat op dat moment passend is.
Deze avond bezocht ik een 94 jarige man die worstelde met zijn wens om euthanasie en zijn geloof dat dat eigenlijk niet toestond. Hij was tot de conclusie gekomen dat God hem dit zou vergeven, want God is Liefde. Hij was klaar met zijn leven, had veel pijn, het hoefde niet meer voor hem. Hij zou de volgende dag een gesprek met de arts hebben.
Hij zei: 'Ik weet dat de Heer mij zegent'. 'En u behoedt', zei ik, waarop hij me aankeek en we om de beurt de zinnen van de zegening in de kerk zeiden.
Er kwam mij laatst een artikel onder ogen van een arts die geen euthanasie wilde plegen, maar één keer een uitzondering had gemaakt voor een patient met wie hij zeer begaan was. Deze arts was helderziend, en hij zag wat er gebeurde met het energetisch lichaam op het moment van de injectie. Het spatte uit elkaar in plaats van langzaam het lichaam te verlaten. Deze arts was zeer geschokt, en had nog meer helderziende beelden die te ver voeren voor deze blog. In het artikel werd aangegeven dat de medicatie die in Nederland wordt gebruikt, dit teweegbrengt.
En dan zit je bij een 94-jarige man, en denkt: Wie ben ik om hier iets over te zeggen? Deze man die een hevige innerlijke strijd heeft geleverd, en nu tot dit besluit is gekomen. Ik kan niet anders dan luisteren, af en toe een vraag stellen en respect hebben voor de keus van deze mens.
Op een gegeven moment was hij moe van al het praten, begrijpelijk als je veel alleen ligt.
Ik gaf hem een hand, wenste hem een goed gesprek de volgende dag en als ik hem niet meer zou zien een behouden thuiskomst. Hij keek me intens aan, deze onbekende, kwetsbare, wijze man. In een impuls legde ik mijn hand op zijn hoofd, hij sloot zijn ogen. Na enige tijd zei hij: 'U kunt best hardop spreken hoor'. Na enige aarzeling zei ik toen hardop: 'De Heer zegene u en behoede u, de Heer doe zijn aangezicht over u lichten en geven u vrede." Hij keek me aan en samen zeiden we 'amen'.
Was het een zegen voor zijn besluit? Een zegen voor zijn weg? Ik heb geen idee, het ontstond in het moment en voelde als een geschenk voor ons beiden.
En met deze ervaring kon ik aan mijn zoon duidelijk maken waarom ik hier tijd voor heb.
Deze avond bezocht ik een 94 jarige man die worstelde met zijn wens om euthanasie en zijn geloof dat dat eigenlijk niet toestond. Hij was tot de conclusie gekomen dat God hem dit zou vergeven, want God is Liefde. Hij was klaar met zijn leven, had veel pijn, het hoefde niet meer voor hem. Hij zou de volgende dag een gesprek met de arts hebben.
Hij zei: 'Ik weet dat de Heer mij zegent'. 'En u behoedt', zei ik, waarop hij me aankeek en we om de beurt de zinnen van de zegening in de kerk zeiden.
Er kwam mij laatst een artikel onder ogen van een arts die geen euthanasie wilde plegen, maar één keer een uitzondering had gemaakt voor een patient met wie hij zeer begaan was. Deze arts was helderziend, en hij zag wat er gebeurde met het energetisch lichaam op het moment van de injectie. Het spatte uit elkaar in plaats van langzaam het lichaam te verlaten. Deze arts was zeer geschokt, en had nog meer helderziende beelden die te ver voeren voor deze blog. In het artikel werd aangegeven dat de medicatie die in Nederland wordt gebruikt, dit teweegbrengt.
En dan zit je bij een 94-jarige man, en denkt: Wie ben ik om hier iets over te zeggen? Deze man die een hevige innerlijke strijd heeft geleverd, en nu tot dit besluit is gekomen. Ik kan niet anders dan luisteren, af en toe een vraag stellen en respect hebben voor de keus van deze mens.
Op een gegeven moment was hij moe van al het praten, begrijpelijk als je veel alleen ligt.
Ik gaf hem een hand, wenste hem een goed gesprek de volgende dag en als ik hem niet meer zou zien een behouden thuiskomst. Hij keek me intens aan, deze onbekende, kwetsbare, wijze man. In een impuls legde ik mijn hand op zijn hoofd, hij sloot zijn ogen. Na enige tijd zei hij: 'U kunt best hardop spreken hoor'. Na enige aarzeling zei ik toen hardop: 'De Heer zegene u en behoede u, de Heer doe zijn aangezicht over u lichten en geven u vrede." Hij keek me aan en samen zeiden we 'amen'.
Was het een zegen voor zijn besluit? Een zegen voor zijn weg? Ik heb geen idee, het ontstond in het moment en voelde als een geschenk voor ons beiden.
En met deze ervaring kon ik aan mijn zoon duidelijk maken waarom ik hier tijd voor heb.
woensdag 11 april 2018
Karma vanuit de toekomst
In het boek ‘Kiemen voor
een spirituele cultuur’, worden boeiende biografische schetsen getoond van 12
antroposofen in de 20 eeuw.
Een toegankelijke manier
om de levensloop te volgen van bekende personen van het eerste ‘sofische’ uur.
Eén van de coryfeeën is
Ita Wegman, de arts met wie Steiner veel heeft samengewerkt tijdens de laatste
jaren van zijn leven. In de biografische schets over haar spreekt de schrijver
over een oerschema van de menselijke biografie: de eerste 21 jaar werken voornamelijk
krachten uit het verleden, in de periode van 21 tot 42 jaar werken krachten uit
het heden, en in de jaren na het 42e jaar werken vooral krachten
vanuit de toekomst.
Ik vind het een mooie
manier om naar het leven in het algemeen te kijken, en ook naar mijn eigen
leven. Zo werken in je jeugdjaren krachten uit het verleden, dus dat waarmee je
je hebt uiteen te zetten, waarvan je te leren hebt. Je komt op elkaars pad, en
in het beste geval groei je aan en leer je van elkaar. In het slechtste geval heb
je een leven lang nodig om je jeugdervaringen te verwerken. En meestal zal het
daar ergens tussenin zitten en leer je met vallen en opstaan je eigen weg te
kiezen.
Dan werken krachten uit
het heden in de jaren dat je het maatschappelijke leven instapt, gaat werken,
een gezin of een andere relatie vormt. Het zijn de jaren waarin je ontdekt wat
je wilt doen, wilt bijdrage. En met meer of minder omwegen, meer of minder
bewustzijn vind je een vorm die bij jou lijkt te passen. Het zijn de jaren van
expansie, van actief zijn, van groei, van ondernemen, van groot denken, van
verwerken wat in die eerste fase niet heeft gewerkt voor jou.
En dan kom je vroeg of
laat tot het besef dat er nog van alles gedaan wil worden en vraag je je af hoe
dat allemaal moet, en wanneer, en in wat voor vorm.
Zo leef ik al een tijd met
de wens meditatie en zingen rond en met overledenen aan te bieden. Het roept,
en dan remt het weer, is het al het juiste moment?
In het artikel lees ik dat
dat krachten vanuit de toekomst zijn. Dat je een start kan maken met wat je aan
impulsen in je voelt leven, dat je voorzichtig stappen mag zetten op ‘het
nieuwe’, op de nog te ontdekken gebieden die roepen. En dat er niets verloren
is als het niet meteen lukt, of nog niet de vorm of inhoud heeft die je voor je
ziet.
Het geeft mij rust,
opluchting en vertrouwen dat wat wil komen, echt wel ontwikkeld gaat worden. Is
het niet nu al kant en klaar, dan in een volgende incarnatie.
dinsdag 13 maart 2018
Orgaandonatie
Mijn jongste zoon die 18 is geworden, kreeg van de overheid een brief over orgaandonatie, met de vraag of hij donor wil worden.
Word jij ook een held? was de tendens van de brief.
Nu weten we dat er een tekort is aan donoren en dat de overheid mensen wil stimuleren donor te worden. Maar om op deze wijze op het gevoel van jongeren te werken, vind ik niet juist.
Hoe kan je nu als jongere een beslissing nemen als niet verschillende kanten worden belicht?
Waarom doet de overheid zo bagatelliserend over hersendood, alsof je dan al dood bent en het niet meer gekeerd kan worden? Het hart klopt nog en de organen werken nog.
In het boek over orgaandonatie ('waarom wel, waarom niet?') door Hans Stolp staan schokkende getuigenissen, van mensen die na hersendood te zijn verklaard, weer zijn bijgekomen.Net als bij BDE's (bijna-dood-ervaringen) weten mensen woordelijk wat er is gezegd, maar konden ze niet reageren.
We weten veel te weinig over wat er na het overlijden gebeurt op spiritueel gebied. Omdat dit snel naar het gebied van geloven wordt verbannen, krijgt dit verder niet de aandacht die het verdient.
Ondanks ervaringen van mensen die veranderd zijn na een orgaandonatie, blijft de discussie gericht op tekorten, menslievendheid, egoïsme (als je geen donor wilt worden) en verlenging van het aardse leven.
Het gesprek kan in een breder perspectief komen als we de volgende vragen mee zouden nemen:
Mogen we de spirituele kant van orgaandonatie erbij betrekken, voor de donor en voor de ontvanger?
Mogen we een keer hardop zeggen dat er misschien voor alles een tijd is, zonder voor God te willen spelen?
Mogen we grenzen aangeven, tot hier en niet verder?
Bestaat respect voor het leven alleen uit zo lang mogelijk het leven willen verlengen?
Mogen, kúnnen we onbevangen luisteren naar ervaringen van mensen die zijn 'teruggekomen' uit een coma? En van mensen die zijn veranderd na een orgaandonatie?
Mogen we de mogelijkheid van een andere manier van leven na ons aardse overlijden eens overwegen, en dan opnieuw naar orgaandonatie kijken?
Wat ik tot nu toe mis is informatie van bronnen die geen belang hebben bij wel of geen donatie. Pas nadat kennis genomen is van verschillende visies en ervaringen, kan je een weloverwogen keuze maken.
Dat is op een volwassen manier kiezen en zo neem je je burgers echt serieus.
Word jij ook een held? was de tendens van de brief.
Nu weten we dat er een tekort is aan donoren en dat de overheid mensen wil stimuleren donor te worden. Maar om op deze wijze op het gevoel van jongeren te werken, vind ik niet juist.
Hoe kan je nu als jongere een beslissing nemen als niet verschillende kanten worden belicht?
Waarom doet de overheid zo bagatelliserend over hersendood, alsof je dan al dood bent en het niet meer gekeerd kan worden? Het hart klopt nog en de organen werken nog.
In het boek over orgaandonatie ('waarom wel, waarom niet?') door Hans Stolp staan schokkende getuigenissen, van mensen die na hersendood te zijn verklaard, weer zijn bijgekomen.Net als bij BDE's (bijna-dood-ervaringen) weten mensen woordelijk wat er is gezegd, maar konden ze niet reageren.
We weten veel te weinig over wat er na het overlijden gebeurt op spiritueel gebied. Omdat dit snel naar het gebied van geloven wordt verbannen, krijgt dit verder niet de aandacht die het verdient.
Ondanks ervaringen van mensen die veranderd zijn na een orgaandonatie, blijft de discussie gericht op tekorten, menslievendheid, egoïsme (als je geen donor wilt worden) en verlenging van het aardse leven.
Het gesprek kan in een breder perspectief komen als we de volgende vragen mee zouden nemen:
Mogen we de spirituele kant van orgaandonatie erbij betrekken, voor de donor en voor de ontvanger?
Mogen we een keer hardop zeggen dat er misschien voor alles een tijd is, zonder voor God te willen spelen?
Mogen we grenzen aangeven, tot hier en niet verder?
Bestaat respect voor het leven alleen uit zo lang mogelijk het leven willen verlengen?
Mogen, kúnnen we onbevangen luisteren naar ervaringen van mensen die zijn 'teruggekomen' uit een coma? En van mensen die zijn veranderd na een orgaandonatie?
Mogen we de mogelijkheid van een andere manier van leven na ons aardse overlijden eens overwegen, en dan opnieuw naar orgaandonatie kijken?
Wat ik tot nu toe mis is informatie van bronnen die geen belang hebben bij wel of geen donatie. Pas nadat kennis genomen is van verschillende visies en ervaringen, kan je een weloverwogen keuze maken.
Dat is op een volwassen manier kiezen en zo neem je je burgers echt serieus.
The good place
De titel die hierboven staat, werd laatst aangeraden als leuke serie.
Het gaat over een vrouw die is overleden en in 'de hemel' komt, in 'the good place'. Hier zijn zielen die op aarde veel goeds hebben gedaan, zich op alle mogelijke manieren hebben ingezet voor de mensheid en de aarde .
Er blijkt ook een 'bad place' te zijn waar mensen komen die geen goed hebben gedaan op aarde.
Nu blijkt dat deze vrouw bij vergissing op deze goede plek is gekomen. Ze heeft helemaal geen goede daden verricht en was slechts uit op eigen gewin.
Ze besluit dit te verzwijgen, vraagt hulp aan haar tweelingziel (die je in 'the good place' ontmoet) en wil haar plek 'verdienen'.
En dat gebeurt met vallen en opstaan, in hilarische scènes wordt ze stap voor stap een beter mens.
Een leuk gegeven voor een film, maar dat is het dan ook.
Je kan er heel wat los op fantaseren.
Wat is waar?
Of je nu gelooft dat het leven doorgaat na of eindigt bij de dood, er zijn inmiddels heel wat boeken verschenen over hoe het zal gaan als we zijn overleden, boeken vanuit de boeddhistische traditie, boeken door ingewijden geschreven, boeken door mediums doorgegeven en boeken van mensen die een BDE hebben gehad. De sfeer van dit leven na de dood is niet in woorden te vatten, want we hebben ons fysieke lichaam afgelegd. (En in sommige visies ook ons etherlichaam en astraallichaam.)
Vele boeken, vele overtuigingen, vele beelden, vele wegen.
Eén ding komt in al die visies echter overeen: je daden op aarde heb je op aarde verricht, en daar is na je dood niets meer aan te veranderen, hoe graag je het ook zou willen en hoeveel spijt je ook kan hebben.
In de terugblik op je aardse leven krijg je een beeld van je aardse leven, waarin niets verborgen blijft, al je daden, je gevoelens, je gedachten worden zichtbaar.
En dat heb je eerst onder ogen te zien.
Niets blijft verborgen.
Deze vrouw houdt haar verleden, haar aardse leven verborgen.
En op zo'n moment haak ik af bij zo'n film.
Ben ik dan te serieus?
Heel goed mogelijk.
Het is natuurlijk ook onmogelijk iets weer te geven dat niet weer te geven is.
De film is voor mij niet meer dan spotten met het onbekende, en komt niet verder dan vermaak.
Ook door de karikaturale figuren.
Gewoon een leuke serie dus.
En toch.... vind ik het een gemiste kans.
Het gaat over een vrouw die is overleden en in 'de hemel' komt, in 'the good place'. Hier zijn zielen die op aarde veel goeds hebben gedaan, zich op alle mogelijke manieren hebben ingezet voor de mensheid en de aarde .
Er blijkt ook een 'bad place' te zijn waar mensen komen die geen goed hebben gedaan op aarde.
Nu blijkt dat deze vrouw bij vergissing op deze goede plek is gekomen. Ze heeft helemaal geen goede daden verricht en was slechts uit op eigen gewin.
Ze besluit dit te verzwijgen, vraagt hulp aan haar tweelingziel (die je in 'the good place' ontmoet) en wil haar plek 'verdienen'.
En dat gebeurt met vallen en opstaan, in hilarische scènes wordt ze stap voor stap een beter mens.
Een leuk gegeven voor een film, maar dat is het dan ook.
Je kan er heel wat los op fantaseren.
Wat is waar?
Of je nu gelooft dat het leven doorgaat na of eindigt bij de dood, er zijn inmiddels heel wat boeken verschenen over hoe het zal gaan als we zijn overleden, boeken vanuit de boeddhistische traditie, boeken door ingewijden geschreven, boeken door mediums doorgegeven en boeken van mensen die een BDE hebben gehad. De sfeer van dit leven na de dood is niet in woorden te vatten, want we hebben ons fysieke lichaam afgelegd. (En in sommige visies ook ons etherlichaam en astraallichaam.)
Vele boeken, vele overtuigingen, vele beelden, vele wegen.
Eén ding komt in al die visies echter overeen: je daden op aarde heb je op aarde verricht, en daar is na je dood niets meer aan te veranderen, hoe graag je het ook zou willen en hoeveel spijt je ook kan hebben.
In de terugblik op je aardse leven krijg je een beeld van je aardse leven, waarin niets verborgen blijft, al je daden, je gevoelens, je gedachten worden zichtbaar.
En dat heb je eerst onder ogen te zien.
Niets blijft verborgen.
Deze vrouw houdt haar verleden, haar aardse leven verborgen.
En op zo'n moment haak ik af bij zo'n film.
Ben ik dan te serieus?
Heel goed mogelijk.
Het is natuurlijk ook onmogelijk iets weer te geven dat niet weer te geven is.
De film is voor mij niet meer dan spotten met het onbekende, en komt niet verder dan vermaak.
Ook door de karikaturale figuren.
Gewoon een leuke serie dus.
En toch.... vind ik het een gemiste kans.
zaterdag 10 februari 2018
Anders kijken
Anders kijken
In het winkelcentrum in de
buurt waar ik vaak kom, doe ik veel, leer ik veel.
Als ik rondloop met de
blik: ‘We zijn allemaal geestelijke wezens’, kijk ik heel anders naar de mensen
om me heen, of het nu chips etende scholieren zijn, moeilijk lopende ouderen of
somber kijkende leeftijdgenoten.
Ik kan dan voorbij het
dagelijkse gedoe kijken en er valt veel weg tussen hen en mij.
Kijken met de gedachte dat
we allemaal geestelijke wezens zijn, laat veel irrelevants als het ware
verdwijnen.
Wat ook kan gebeuren is
het volgende, bijna andersom maar vanuit dezelfde bron:
Soms zie ik al die
lichamen als vehikels die t vaak niet doen en steeds meer gaan rimpelen en
kraken. We hebben het er maar mee te doen.
Ik zie ons dan als
sterfelijke wezens, wiens lichamen maar zo kort strak, glad en lenig zijn.
Allemaal –tenzij we
plotseling of op jongere leeftijd overlijden- gaan we vroeg of laat door het
proces heen van ouder worden en daar mee dealen.
We zijn levende lijken,
las ik eens, niet bedoeld als kritiek of ondermijning, maar als gegeven.
Vreemd genoeg verruimt dit
beeld mijn blik.
Het is belangrijk goed te
zorgen voor ons omhulsel, de tempel waar ons ik woont, en het is evenzeer belangrijk
in het juiste perspectief te blijven kijken.
We hebben een lichaam,
maar zijn het niet. We zullen het ooit een keer afleggen, en als dat aan het
eind van ons leven daadwerkelijk gebeurt, is het klaar, af.
En mogen we dankbaar zijn
dat het ons heeft gediend.
Voor sommigen meer, voor
anderen minder.
En mogen we het eren, op
onze eigen wijze.
Abonneren op:
Posts (Atom)